Voortgezet onderwijs

Het collège (onderbouw)

Het collège (6ème t/m 3ème) is de onderbouw van het voortgezet onderwijs en duurt in Frankrijk vier jaar. De leerlingen krijgen in het collège zes uur per week les in het Nederlands; vier uur Nederlandse taal- en letterkunde en twee uur aardrijkskunde en geschiedenis.

Nederlandse taal- en letterkunde

Sixième

Het collège start in Frankrijk een jaar eerder dan in Nederland en België. Groep 8 is dus het eerste jaar van het collège. Er wordt in groep 8 gewerkt met de methode Taal Actief 4 zoals in groep 4 t/m 7. Daarnaast worden ook de methodes Tekstenlab van DiaPlus en Nieuwsbegrip ingezet. Er wordt in groep 8 gestart met het schrijven van het zomerdossier en het klassikaal lezen van een jeugdroman en een historische roman.

In groep 8 worden de laatste toetsen van Cito afgenomen, voordat er wordt overgestapt naar de toetsen van Dia.

Cinquième

Voor het taal- en literatuuronderwijs wordt in de 5ème gestart met de multimediale lesmethode Nieuw Nederlands, de zesde editie, die naadloos aansluit op de vereiste eindtermen van het Nederlandse onderwijs.

In de 5ème, de 4ème en de 3ème volgen de leerlingen het programma op vwo-niveau.

Nieuw Nederlands is een multimediale methode. Het lesmateriaal uit het leerboek Nieuw Nederlands bevat actuele teksten en wordt verlevendigd met o.a. luister- en videofragmenten, extra digitaal oefenmateriaal, herhalings- en verdiepingsstof, Tekstenlab en eigen materialen

Elk schooljaar wordt afgesloten met de afname van de Diataaltoetsen om de vooruitgang per leerling te meten en vast te leggen.

Naast de methodelessen wordt er veel aandacht besteed aan diverse onderzoeksprojecten en het leesonderwijs. De leerlingen lezen naast zakelijke teksten veel recente jeugdliteratuur en poëzie.

De leerlingen schrijven boekrecensies, dagboekfragmenten, brieven en houden presentaties. Ook gaan ze aan de slag met de historische roman, leggen een Zomerdossier aan en schrijven gedichten.

Geschiedenis en aardrijkskunde

Voor geschiedenis worden de lesboeken van 'Feniks' gebruikt en voor aardrijkskunde wordt door de leerkracht zelf lesmateriaal samengesteld.

Naast de twee lesuren geschiedenis / aardrijkskunde per week die door de Nederlandse afdeling worden gegeven, krijgen de leerlingen ook van de Franse school twee lesuren in dit vak.

Op het programma staat de geschiedenis van de Oudheid tot het heden. Samen met de Franse leerkrachten wordt bepaald welke onderwerpen in het Nederlands en welke in de Franse taal worden gegeven. Bij aardrijkskunde gaat het bijvoorbeeld om onderwerpen als demografische groei, verdeling van arm en rijk in de wereld, geografische mobiliteit en de Europese Unie.

Examen Brevet

Als afsluiting van het collège wordt examen gedaan voor het “Diplôme National du Brevet” (DNB). De leerlingen van de Nederlandse afdeling leggen het examen af voor het DNB à Option Internationale.

Het lycée (bovenbouw)

Het lycée (2nde t/m Terminale) is de bovenbouw van het voorgezet onderwijs en duurt drie jaar. De leerlingen krijgen in het Lycée acht uur Nederlandstalig onderwijs per week; vier uur Nederlandse taal- en letterkunde en vier uur geschiedenis en aardrijkskunde.

Nederlandse taal- en letterkunde

In de bovenbouw maakt onze school gebruik van de lesboeken 'Nieuw Nederlands' voor het taal- en literatuuronderwijs. Deze handboeken worden ook in Nederlandse vwo-klassen gebruikt en sluiten naadloos aan bij de eindtermen van de Nederlandse inspectie. Daarnaast wordt er in de terminale ook gewerkt met eigen didactisch materiaal dat meer aansluit bij de eigenheid van het Nederlandse OIB.

De leerlingen van de 2nde leggen op het einde van het schooljaar een Diataaltoets af om hun vooruitgang te meten en indien nodig bij te sturen. Daarnaast wordt er in deze klas ook gewerkt met Tekstenlab, een methode voor effectief leesonderwijs.

In het lycée bekleedt het leesonderwijs een centrale positie. In de seconde lezen de leerlingen zes romans, waarmee de brug langzaamaan wordt geslagen naar het leesdossier voor het eindexamen. De leerlingen van de première lezen voor hun leesdossier zes boeken rond één zelfgekozen thema. In de terminale leest iedere leerling ook weer zes boeken, van één of twee zelfgekozen auteurs.

Daarnaast wordt er ook veel aandacht besteed aan onderzoeksopdrachten, academische schrijfvaardigheid, mondelinge presentaties, debatteren en poëzie.

Aardrijkskunde en geschiedenis

Voor geschiedenis wordt gebruik gemaakt van de methode Feniks en voor aardrijkskunde van Wereldwijs (2e fase).

Naast de vier lesuren geschiedenis / aardrijkskunde per week die door de Nederlandse afdeling worden gegeven, krijgen de leerlingen van de Franse school ook twee lesuren in dit vak in de Franse taal.

In de bovenbouw wordt in grote lijnen het onderbouwprogramma herhaald, al worden hier en daar de accenten anders gelegd. Zo komt in de Terminale de geschiedenis van België en Nederland na 1945 uitgebreid aan bod. Voor aardrijkskunde wordt meer het accent gelegd op het leggen van geografische dwarsverbanden, het verklaren van lange termijn ontwikkelingen en op het vormen van een eigen mening over ingrijpen in de natuur.

Eindexamen

Aan het einde van het Lycée wordt examen gedaan in de gekozen vakken voor het Franse baccalauréat en in de vakken Nederlandse taal- en letterkunde en aardrijkskunde/ geschiedenis. De Nederlandse inspectie reikt voor de Nederlandstalige vakken een verklaring uit van gelijkstelling met het vwo-diploma.

De leerlingen verkrijgen zo het einddiploma, Option International du Baccalauréat (OIB) dat toegang geeft tot hogescholen en universiteiten in Frankrijk, Nederland, België en vele landen daarbuiten.